Posts tonen met het label Poëzie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Poëzie. Alle posts tonen

zondag 20 september 2015

Klaar zijn

Je moet nu klaar zijn om te gaan
en slechts in ijle lucht te staan
je moet nu klaar zijn om te gaan


Je moet nu klaar zijn om te zien
voor de laatste keer misschien
je moet nu klaar zijn om te zien


Je moet nu klaar zijn voor de reis
en voor de veerman met de zeis
je moet nu klaar zijn voor de reis


Je moet nu klaar zijn voor het eind
en het vallen van 't gordijn
je moet nu klaar zijn voor het eind


Je moet nu klaar zijn voor het niets
dat maakt de duisternis je diets
je moet nu klaar zijn voor het niets




Je moet nu klaar zijn voor de pijn
geen bewuste geest te zijn
je moet nu klaar zijn voor die pijn.

dinsdag 24 juli 2012

Het laatste gezicht

Het laatste gezicht

De ziekte van vandaag
boetseert en transformeert
mijn oude trekken
tot mijn laatste gezicht.
Ze zeggen, oh, je bent vermagerd,
ja, de dagen duwen mij
en dragen me als ezels
naar een laatste totentrekken,
het ultieme gezicht.

Er zijn wolken en bomen,
kasseien en vuur
er valt zoveel natte stilte
om en rond de oude dingen
en de vingers van de tijd
vol knobbels en uitslag
betasten alles wat nu wegvalt
tot alleen nog overblijft
het allerlaatste gezicht.

24/7/12

woensdag 18 juli 2012

Tijd

Het verdriet kwam in dromen
omdat je de dagen
zorgvuldig gevuld had
het liet je wenen om verlies
dat overdag verborgen bleef
want je wist elders te kijken.

Vrouwen met sterrenogen
samen met jou op een hellend vlak
sprekend over verre reizen
en verloren telefoons.

Wij denken, wij gaan ergens heen
maar dat ergens is meest nergens.
De tijd woedt in ons en snelt
de dagen en de jaren
wij staan stil en onbeweeglijk
wijl tijd woekert ijl in ons
het landschap en het dorp verandert
maar ik sta roerloos als een steen
en de tijd die stroelt en woelt
maar zonder mij,altijd.

18/7/12

vrijdag 15 juni 2012

De wandeling

Ik schrijd doorheen de mist
en nevel van mijn nauwelijks
nog aanwezig zijn.
Alles is wazig en diffuus
wat ik zie en voel en wil.
Ik heb dit pad niet echt gekozen
het schoof onder mijn voeten
en nu sta ik hier vervreemd
zoals altijd in mijn jaren.
Wie waren jullie ? Wie was ik ?
wij kruisten elkaar vagelijks
en toch gaf dat kwetsuren
en vreugde en verwondering.
Nu start voor mij de wandeling
mijn cruise door niemandsland -
ik zal mezelf snel missen.

15/6/12

maandag 14 mei 2012

Glimlach

Zij had een soort oervreemde glimlach
waarin je tijdloosheid kon zien
en soms ook het eind van alle vreugde.
Waarom zij lachte wist ze niet
en niemand had het kunnen raden
maar het moest zo zijn, zo was het
en het zou, godbetert, steeds zo blijven.
Wij willen alles, weten niets
en zij telt uren, dagen, jaren.

dinsdag 10 april 2012

Ja


Zoals Claus zag ik de billen
van vele Gisèles
in vele Mocambo’s,
was dat noodzakelijk ?
Jawel, het moest.
Ik zag hen dansen
liet hen drinken
hing aan al hun lippen,
en dat moest, oh ja.
Tussen tijd en eindeloos
tussen plaats en bestemming
liggen, lonken, slaan en zalven zij
en ja, dat is noodzakelijk.
Nu valt Pasen met de passie over ons
met Mattheus en met Bach
als zeezichten van de Cordier
maar die zijn zwart en dit is licht
en helder als de krolse billen
van de Gisèles die ik kende
- al die Mocambo’s
die waren bloed- en broodnodig.
Oh ja.

9/4/12

donderdag 17 november 2011

Balkon

Daar op het balkon gaan staan
boven de lui op het plein
traag wuivend wijl zij gaan
"wie is hij ? en dan zo klein !"

Er zijn vogels in de lucht
niet veel maar niet te tellen
zij zijn naamloos in hun vlucht
en kunnen niets voorspellen

De stilte hier beneden
en daarboven is immens
toekomst, heden, verleden
onbegrijpelijk intens

De vragen zonder antwoord
opgaven onopgelost
ertslagen onaangeboord
dit heeft mij teveel gekost.

      En van hoog hierboven
      zie ik alles wat er is
      en niet is
      en ik kan niet meer geloven
      in alles wat ik heb
      en toch mis.


16/11/11

maandag 19 september 2011

Boduognat


Ik was Boduognat
kaarsrecht in de storm
maar ik wist het niet meer
er was moeras
en dichte wouden
en ik verloor keer op keer.
Wie waren wij dan
gespiegeld in lucht
en verzegeld door wolken ?
Wij bevochten de verte
wie en wat zij ons bracht
iets zo superieurs
dat wij niet verstonden
en wij gingen tenonder.
Alles viel uiteen
en werd veel minder en veel meer
- en ik was Boduognat.




15/9/11. Skt. Peter

vrijdag 3 juni 2011

Runes

Inspiration like a shooting star
Hardly aware of how things are
Like when life is not so easy
No mama papa to fall back on
Only cheerleaders to tease me
And teenage times they just drag on

Writing long lone lines in rhyme
Floating on that rapid sea in time
Thinking it a fairy-tale or promise
A young girl’s body soft like dunes
Undulating past like love is
A play spelled in romantic runes



1981

Ambition

You judge them thinking you see through
whatever their failure means to you
or you denigrate them 'cause
you fail to grasp just what they do
anyway you've got their number
or so you think, you slumber
in the arms of prejudice
just think of everything you miss.

You build your castle and your home
in the fear that is your certainty
no one's invited or excited
they look to you unpleasantly
all your preaching and your teaching
is the heartfelt ammunition
that's released and detonated
to the tune of your ambition.


1991

Colours

Funny how your sneakers
made me fall in love with you
how you bony legs
made me want you
how your jacket and shawl
made me think
of the afterlife and all
and there's an absence
in your roving eyes
there's an eternity
of halftruths and lies
   oh I am black
   oh I am white
I'm all the colours of the night.


1992

dinsdag 3 mei 2011

Brug

Grote goudklompen die als poten
van ooievaars neerkomen
in de weegschaal van het landschap.
Waar bellen ruisen als gebladerte
en ringen aan elkeens vingers stralen
waar alles nu zon is
en gelach in de verte en dichtbij
ik ben nooit moe ik kan vrij verder
ik kom nooit meer aan
er is geen vertrekpunt
dit is de brug van het strand naar de zee.

Ik voel me alsof ik voel
dat ik ga sterven
wie ben ik die ik ben me voelend ?
Een lied van wiegende kusten
en deining siddering
een vergeten herinnering
denk zonder weten
bemin zonder voorwerp.
Ik droom een gedachte
en leef in de droom van die gedachte
de gedachte droomt mij tot hier.



3 juli 1968

Strand

Ik loop over het eerste strand
voorbij het ronde zandkasteel
dat één der goden daar bouwde
over het strand
onder de lucht
die zich wilskrachtig weeft
boven het zand
tot de vooraanstaande golven
die rond mijn enkels groeien
loop ik over het strand
tot ik onzichtbaar ben en verdwijn
in een schilderij
of in de droom van elke dag
die niet het leven is
dat ik verloor.


30 juni 1968

De onvergetelheid

Dikwijls nog ga ik op beeweg
naar mensen op die oude plaatsen,
zij die alles meebeleefden
maar mijn relieken niet verstaan.

Lente worden en
ziekte voorvoelen
deze stilte in mijn lichaam
wordt eindelijk vreemd
en houdt niet op, zo eenzaam
zelfbewust en afgebroken.

Bij voorbaat verblindend wuiven
verliefdheid in de verte
op de overloop van zon
de geregende spiegel
van mijn vingertoppen
doorheen de hele wereld
waar ik geademd word.

De bloemen buiten
de dag, de morgen
de speeltuin verbaasd.
Ik kon de verte omsluiten
opstaan en dan sprakeloos
de binnenkant van zon zijn.

Het experiment
dat even langsloopt
en in zichzelf sterft
geweldig, - jammer -
en 's anderendaags
twijfels als ballonnen
onbereikbaar hoog
mijn handen zijn geopend
en wachten nog lang.

Ik sta hoog op de heuveltop
waar ik in mijn antwoord stik
bij het mooie standbeeld dat ik koester
tot het onvervangbaar is.
Denk voortdurend dat ik gek ben
en schrei dus op je bedevaart
maar kom niet terug.
Laat mij in de droom
met zwevende hindernissen
die in mij glimlachen
mij ondoorgrondelijk tekenen
als een ontembaar verhaal zonder titel.

15 juni 1968

Het beste

Ik wandel naar een bosje
in de verte zitten drie mannen wat te praten
ze hebben nog geen slaap.
Tussen de trage wolken
schittert vaag het schilderij van de hemel.
Het is lente geworden
          en alle bomen zijn zichzelf
het is zomer geworden
          en ik verdween in je glimlach
het is herfst geworden
          en onrustig keek men rond
het is winter geworden
          en men vroeg zich af hoe lang
het is lente geworden
          de drie mannen slapen in.
De hemel wordt van de ezel genomen
en opgehangen aan een ster.
Ik ben het bosje al voorbij
en wenste dat ik alleman het beste wenste.


19 mei 1968  

maandag 2 mei 2011

Wegens

Wegens de bochten in de eindeloze zee van je lijf
             de schaarden in het wolkig lemmet van mijn woord
Wegens de gekronkelde greep omtrent je gevoelens
             en de woordeloze slogans van je huid
wegens de onweders die in het zacht gewoel
            van je glimlach binnensluipen
            en de wolken en de bliksems in de
            tastende trilling van je hand
wegens je zacht pijnigende afwezigheid
            doorheen mijn dromen van je lichaam
            de siddering van onbereikbaarheid
wegens dit alles en niets anders.



15 april 1968

           

Alles

Het groene gevoelen van het gras
kwam uit de hemel losgegroeid
tot de gordijnen van de zon
me bruin en gelig taanden.
Als kandelaar of waaier was ik
      in de boeken van de tijd
      in de tuinen van de ruimte
      waar alle mensen groeien
      tot mijn hoofd.
Alles is mijn grasverdriet
alles is de hemelgroei
en de hele zenuwzon
       die van alle kleuren.
Alles van tijd en tuin en groei
waarin de wereld roeit
met spanen van vlinders en bloemen.
Alles keelpijn en verkoudheid
televisie, boek en krant
moord en bloeddag en terreur
teleurstelling in wanhoop
onverdiende opsluiting.
Het al van steden en torens
van nieuwe auto's oude trams
van Antwerpen en België
en de dood door pest of haat
maar alles is van zon en maan
en natuur voor boom en gras tot mij.

7 april 1968

Stadsbus

Rioolbuizen liggen als verrekijkers op de grond
gele politie-agenten lijken wel
als aan touwtjes op kruispunten neergelaten
ze gesticuleren druk en verstenen dan
de naakte boom in het stadspark
vertekent de hele hemel tot zich
ik zie een meisje in paars en lila
ik zie een volledig in zwart gehulde dame
flitsende fietsers en verkeerslichten
alles schokt aan de stadsbus voorbij
en ik ben voortdurend verwonderd
(de doorgaans stuurse chauffeur spreekt vriendelijk
 met een klein meisje dat schuin achter zijn zetel staat
 ze vertellen elkaar over de wereld daarbuiten
 en het meisje trakteert hem op een zuurtje)


19 maart 1968

Vriendschap

Ik schenkschrijf jou een lied
       van ons samenzijn en lezen en boeken en films en handen en
       ogen van vroeger, lang geleden waar we waren
een lied
            van vrouwelijke steden waar we liftten in vriendschap in de
            tunnel van de regen in vrachtwagens in de tenten van de zon in België
een lied
            van nachtelijke woorden en dronkenschap in groep van strippoker met
            vriendinnen van toen van vuilnis en schoonheid van alles en ééns
een lied
            van verkoopstertjes en halve hoeren van leven en dood die we nooit
            zagen van stelen in winkels en vreugde om verzen                    
een lied
            dat we waren in muzieknoten en parels die onze halzen nooit vonden
            en gezelschapsspelletjes en pudding en je corn-flakes in suikermelk
een lied
            van een lied dat we maakten een gedicht dat we schreven een boek
            en een verhaal van grappen die we allen lachten
een lied
            van lang haar en provo's en laarzen uit Engeland van slaapzakken en
            luchtmatrassen van moeders en vaders en ruzie verdomd
een lied
            van kruisbeelden en halskettingen van gekluisterde verlichting van
            Tagore en Camus en alle anderen die we lazen van de regen en de
            sneeuw en rottende groenten op straat
een lied
            dat jij niet kent en niet kan zingen dat jij niet speelt en niet
            kan horen dat ik openrijt en in mijn lijf bloed tot ik barst in kramp en
            drugs en alles wat de wereld weet tot jou
een lied
            dat nooit kan eindigen in mij dat in iemand als jij begon
            dat in een vriend gestorven is en nooit herrijst tenzij
            in waaiers waar geen wind naar waait
een lied
            dat ik gewurgd had in mijn keel indien ik wist wat ik zou zingen
            dat ik zou zwemmen in de wereld van de zonnezijde
            tot de schaduw die onduidelijk wordt tot dood waarin alles
            wonder wordt en eindigt in de aleph van ons allen
een lied
            van jou en jou alleen omdat ik van je hield en hou en altijd
            pijn ik zal je nooit meer terugzien tenzij je iemand anders bent
       

2 april 1968
         
          

vrijdag 29 april 2011

De moeder

Zij zit daar en ze weent en zegt
mijn hart is gebroken, mijn hart is kapot
het leven heeft het stukgeslagen.
En ik kan enkel dankbaar zijn
achter de schermen hulp aanbieden
een vergelijk nastreven met de vragen.

Zij zit daar en ze weent en zegt
ik wist en weet niet waarom alles is
en hoe de tijd zich voorbijloopt in mij en hem.
En ik mag enkel dankbaar zijn
achter de schermen gratie zeggen
voor wat ik eens had en nu ken in haar stem.

Zij zit daar en ze weent en zegt
ik heb ook een moeder gehad en begraven
ik heb met mijn man nooit zonsopgang gevierd.
En ik kan enkel dankbaar zijn
achter de schermen manisch dansen
en verleden en toekomst vergeten.

Ze zit daar en ze weent en zegt
ik had een zoon voorbij mijn verre dromen
ik heb een god gebaard voorbij mijn man.
En ik mag enkel dankbaar zijn
achter de schermen van vergeving
waar zij zit en weent en zwijgt.

1988