woensdag 10 februari 2016

Bezoek




 

Ik kwam van Mortsel waar ik een boek ophaalde bij de Boekuil en brood en groentetaart bij de winkel die ik 35 jaar geleden zelf runde. Toen ik Boechout binnenreed schoot het mij te binnen dat het dinsdagnamiddag was en dat ik dan normaal, net zoals op vrijdag, langsga bij mijn moeder in het rusthuis. Eerst passeerde ik bij de ontvangstbalie om te zien of er post was voor mijn moeder, die gaat nu altijd langs mij want zij weet er geen raad mee en laat hem verdwijnen wat in het verleden soms tot vervelende complicaties leidde. Ik begaf me naar haar kamer op de eerste verdieping en vroeg me af of ze, zoals zo vaak de laatste tijd, weer diep zou liggen slapen maar ik trof haar samen met een andere inwoner en een verpleger in de gang voor haar kamer, ze begroette me blij en stelde me voor als haar broer. Ik verbeterde haar ‘Je zoon, moeder, je zoon’ maar dat drong maar traag door. In elk geval omarmde en kuste ze mij en zei hoe blij ze altijd was me te zien. De verpleger zei dat ze op weg waren naar de cafetaria waar een carnavalsfeest plaatsvond dus ik zei dat ik hen tot daar zou begeleiden. We kwamen bij de nieuwe ruime lift en mijn moeder dacht dat het mijn salon was en haar medebewoner vroeg of ik hier al lang woonde. Mijn moeder zei van wel en dat ik daarom zo goed de weg wist. We vorderden traag en ik vroeg of ze goed geslapen had. ‘Nee, ik was al lang wakker maar mijn slaapkamer is hier ergens’  ‘Vannacht moeder, vannacht. Heb je vannacht goed geslapen ?’ ‘Ja, altijd’, ondertussen had ze me nog eens als haar broer voorgesteld aan een voorbijkomende verpleegster en waren we zo dan tot bij de ingang van de cafetaria gesukkeld die afgeladen vol zat met bewoners die uitkeken naar het entertainment. Op het podium was een muzikant of geluidstechnicus bezig die mij een intense blik van verstandhouding toewierp. Ik zei tegen mijn moeder dat ik nu vertrok want in dat feestje had ik totaal geen zin en dat ze bij haar vrienden moest gaan zitten en ik kreeg een flashback naar al de keren dat zij mij als kind had afgezet op schoolfeestjes, de jeugdbeweging en dergelijke. Vreemd hoe de rollen in het leven omkeren.

Na de code aan de uitgang ingetikt te hebben liep ik naar de auto. Het regende pijpestelen. Thuisgekomen las ik in de krant over een rockmuzikant die dit weekend gestorven was aan longemfyseem. Hij had nog één long en was afhankelijk van een zuurstofapparaat. Dat is mijn toekomstperspectief dat ik zoveel mogelijk verdring. Heel de namiddag voelde ik mij ongemakkelijk en gedeprimeerd, ook terwijl ik in ’t café de krant las. Tja.

zondag 24 januari 2016

John Lennon

SO MUCH PAIN
I CAN'T EXPLAIN
(John Lennon)
eigenlijk vat dat het allemaal samen
Mensen rondom je sterven, of ze lijden, je eigen leven wordt herleid tot drie straten of een vierkante kilometer, je dromen verwoesten je, de kranten, de magazines doen je het ergste vermoeden, je spaargeld is niks meer waard en op de beurs verlies je tienduizenden euro's en elke dag zit je in hetzelfde café omdat je nergens anders meer naartoe kan en ze vragen je hoe het met je gaat ( ah, goed... hé, want je moet beleefd blijven)
So much pain
I can't explain

Ik herinner me nog levendig de dag dat John Lennon vermoord werd, ik had een natuurvoedingswinkel in Westmalle en zette onmiddellijk een foto met kaars ervoor in het uitstalraam en luisterde heel de dag naar de radio tussen treurige gesprekken met vrienden over de hele wereld in. Waarschijnlijk de treurigste dag uit mijn leven in al zijn uitzichtloze zinloosheid
 Ik wou dat ik nog kon reizen, dan zou ik graag éénmaal naar Liverpool vliegen en op 'John Lennon Airport' landen, wat een troost zou dat zijn, een magere, maar toch een troost
So much pain
I can't explain

woensdag 13 januari 2016

Woonzorgcentrum

Dikwijls als ik mijn moeder ga bezoeken tref ik haar aan in diepe slaap. Ze heeft mij op het hart gedrukt haar dan niet wakker te maken, 'als ik slaap, wil dat zeggen dat ik het nodig heb'. Ik sla haar dan even gade in haar bed en zie hoe de slaap van kinderen of volwassenen (niet-bejaarden) anders is dan die van haar. Haar rust heeft iets krampachtigs, welhaast onherroepelijks alsof het een laatste fase was voor het einde. Als ik zeker ben dat ze nog ademt laat ik de kleinigheid die ik heb meegebracht achter en sluip weg. Vaak betreft het een magazine dat ik gelezen heb en dat zij naar eigen zeggen ook wel wil inzien, zoals ze ook nog een abonnement heeft op de krant alhoewel ik mij afvraag wat ze daar nu nog van begrijpt maar als ze graag een krant wil, dan krijgt ze die ook. Mijn wegsluipen houdt ook een zekere opluchting in omdat ze als ze wakker is altijd dezelfde vragen stelt die ik al eens eerder heb geciteerd en dat ze die vragen tot vijfmaal op een halfuur herhaalt wat zenuwslopend is. Ook komt ze soms listig uit de hoek 'Er zijn er die een auto hebben (ik dus) maar die mij zelfs niet naar ons huis in Edegem willen brengen, naar ons moeder die altijd zo goed geweest is voor mij en die ik een mooie vaas wil geven, maar ja, je weet hoe de mensen zijn.' Ik kom natuurlijk niet onvoorbereid en zeg dat ik die dag te voet ben of dat ik nog boodschappen moet doen en dat het iets voor volgende week zal zijn. Jaren geleden heb ik proberen uit te leggen dat dat huis na de dood van haar moeder meer dan dertig jaar geleden verkocht is maar dat is ze vergeten of heeft ze verdrongen. Ik wil haar ook geen verdriet doen want weinig is zo aandoenlijk als de smart van een demente negentigjarige. En zo gaan we verder door onze beperkte tijd van uitzichtloosheid en ziekte en verdwalen in onze respectievelijke kwalen en we hopen te slapen en dan weer wakker te worden en nog eens en nog eens, vandaag en alle dagen.

vrijdag 25 december 2015

Geluksdromen

Eergisterennacht droomde ik fijn en dat was lang geleden. Ik zat in een trein en keek naar een schitterend zonovergoten landschap dat mij met totaal geluk vervulde en blij maakte, ik kon er eindeloos naar kijken. Een mooie vrouw die ik niet kende kwam naast mij zitten en wij vielen samen in slaap op de bank maar elkaar innig omarmend, later vreeën wij maar het slapen was in zekere zin intenser.
Dan kwam een andere droom: in de straat waar ik ben opgegroeid was er 'het weike' tussen twee huizen, en daar voetbalden en ravotten wij, nu was ik daar terug met een koppel en achteraan stond een boom in bloei in de weldoende zonneschijn, de man was niet geïnteresseerd, de vrouw wel maar ze kon niet aan de takken, ik  wel, dus trok ik een tak naar beneden waar roze bloesems en rode vruchten aanhingen en nu kon zij die ruiken of eten wat mij zeer gelukkig maakte.
Nog later droomde in van mijn ouderlijk huis (vlakbij 'het weike') en aan de achtergevel bloeide een prachtige plant of boom met ongelooflijk grote helblauwe bloemen. De buurvrouw kwam om een tak vragen en ik gaf die haar met vreugde. In de droom werd gezegd dat dit familie van de japanse kersenbloesem was die in de jaren vijftig en zestig in onze straat stond maar die is roze terwijl dit onvoorstelbare blauw echt van een andere orde was. Heel de nacht bleef ik me die prachtige droombeelden voor de geest halen en ik voelde mij gelukkiger dan ik in jaren geweest was, ze gaven mij als het ware een spirituele 'uplift' en ook nu denk ik er met plezier en  eerbied aan terug
En nu lees ik A tale for the time being van de zeer getalenteerde Ruth Ozeki (van My year in meats) waar zij herhaaldelijk het prachtige, ultiem boeddhistisch gezegde aanhaalt: GONE, GONE BEYOND, GONE BEYOND THE BEYOND ! Ach, kon het maar ...

zondag 20 december 2015

Dromen over doden

Ik droomde vannacht tot tweemaal toe van dode vrienden; dat geeft altijd een dubbel gevoel want soms weet je in de droom zelf dat ze dood zijn en soms niet. Vannacht waren het de twee varianten, van de eerste wist ik het niet in de droom terwijl ik bij de tweede, Wannes Van de Velde zeer bewust was van het feit dat hij overleden was en tegelijkertijd het normaal vond van met hem in een mooi weids veld te staan keuvelen. Hij vroeg me zoals vroeger een boek voor hem te bestellen en ik wilde dat graag doen hoewel ik al 3,5 jaar geen antiquariaat meer heb maar mijn grootste probleem in de droom was; hoe verkoop je in 'shemelsnaam een boek aan een overledene hoezeer die er ook naar vraagt.
Soms ben ik vermoeider bij het opstaan dan bij het slapengaan

dinsdag 15 december 2015

Alzheimer

Alzheimer


Ik was eens te meer in het rusthuis op bezoek bij mijn Alzheimerende moeder die haar gewone vragen stelde:
- Woon jij hier eigenlijk in de buurt ?
- Ja, achter de hoek
- En heb je werk ?
- Ik ben op pensioen, moeder....
- En heb je een vriendin, dat zou toch gezellig zijn, in plaats van altijd zo alleen.
- Nee, dat komt er niet meer van.
Maar nu ging ze naar een nieuw octaaf:
- Had jij geen familie in Holland ?
- In Holland ? Nee.
- Ah zo, ik dacht via je broer (die ik niet heb) of via je vader of je moeder ofzo...
- Maar JIJ bent toch mijn moeder, komaan zeg !
Er verscheen een wonderlijke glimlach op haar gezicht;
- Is dat waar, nu ben ik echt blij. Gij mijn zoon, wel wel wel, hoe goed.

Begin er maar aan hé !

donderdag 8 oktober 2015

Tien over acht

Vannacht droomde ik dat ik samen met een vriendin van vroeger in een mij onbekende kamer sliep. Ik werd wakker in een stralende ochtend en ging op zoek naar het toilet. Ik keek op mijn uurwerk en zag dat het tien over acht was. Er gebeurden nog enkele dingetjes en toen werd ik in het écht wakker thuis in mijn bed. En inderdaad, ik moest plassen. Daarna keek ik op mijn horloge en hoe laat was het ? Juist, tien over acht. Ik vond dat grappig.
Door mijn ziekte heb ik veel slaap nodig dus ik ging weer naar bed om door te slapen tot een uur of elf. Toen droomde ik weer; ik zat in het café waar ik elke dag de krant ga lezen en vertelde de cafébaas en enkele tooghangers van naaldje tot draadje de twee bovenstaande anecdotes.
Soms vind ik dat mijn domen overuren maken.