zondag 22 mei 2016

Europa

Ik las een stuk over verslaafde psychiatrie-patiënten in De Standaard Weekblad (altijd top !) waarin een man geciteerd werd (bij benadering) 'Ik was misschien een zonnekind dat vaak te dicht bij de maan wou zitten'. Mooie zin, en dezer dagen heb ik hetzelfde gevoel rond Europa, Amerika enzomeer. Iedereen schijnt Europa beu te zijn, iedereen schijnt de democratie beu te zijn, iedereen wil iets anders maar weet niet wat, In Frankrijk staken ze tegen een wet die in feite in hun voordeel is maar ze komt van Hollande DUS ze is slecht en we steken een politieauto in brand en willen politieagenten vermoorden, een betoger die wil tussenkomen wordt ineengeslagen, waarschijnlijk voor een toekomstige betere wereld waarin willekeurig geweld fijn is zolang het tegen 'de regering' is die uiteraard, persé fout is. Hongarije kleedt de democratie uit, Polen ook, Oostenrijk staat op het punt een crypto-fascist te verkiezen, wat Rusland betreft weten we hoe laat het is, wat Turkije en China betreft ook en in Zuid-Amerika gaat de zon ook onder en dan gaan de Britten onder leiding van, en ik citeer een Britse komiek 'an idiot impersonating an idiot' namelijk Boris Johnson hun eigen heilloze koers varen en het Europese project kelderen. Ik denk dat wij, en vooral onze kinderen en kleinkinderen er erg slecht voorstaan en dat wij zeer goed moeten uitkijken. Met staatsondergravers en haatzaaiers als Dewinter en De Wever (weinig verschil in feite) staan wij er ook al slecht voor, dus als je je democratische rechten wil gerespecteerd zien moet je nu echt wel beginnen wakkerworden en scherp uitkijken voor het te laat is.
Naschrift n.a.v. een facebookcommentaar:  Toch is het zo dat onze generatie in een ongelofelijke historische periode heeft geleefd na de Tweede Wereldoorlog waarin ook een enorme rijkdom werd gegenereerd, in Europa dan toch, en een zekere zorgeloosheid cfr de hippies waarvan ik deel was, maar de zogenaamde baby-boomers die nu worden afgeschilderd als profiteurs (count yourself in ) hebben wel een enorme bijdrage aan die welvaart geleverd en aan de groene beweging, het feminisme, de gelijkberechtiging van holebi's en noem maar op en nu moet dat alles op de schop van de neo-natioinalistische nihilistische democratieverdelgers en dat zit mij dwars want in mijn opsomming van daarstraks heb ik Afrika (oh dear, look at the Kabila- and Zuma etc monsters) het totaal vermaffiaseerde Italië en noem maar op, god, woorden schieten mij te kort.

woensdag 18 mei 2016

Stilte


 
 
Nu ik sprakeloos ben en zwijg
Gaan al die stiltes over jou
Al die grote gaten in de lucht
Alles in details onuitgesproken
En als een onzichtbare spiraal
Cirkelt al dat zwijgen rond
Wie en wat en waar je bent
 
Op mijn bureau liggen stapels papier
Maagdelijk en onbeschreven
Maar toch zwanger van je schaduw
Eigenlijk zijn ze al een boek
Een uitputtende beschrijving
In zinnen en letters van lucht
Ik zie het helemaal voor me

woensdag 4 mei 2016

Boek

Ik las tot tweederden uit van A little life van Hanya Yanagihara maar nu geef ik het op. Op het nieuws zien we dagelijks miserie en geweld maar de ergste beelden blijven ons bespaard en je maakt er ook wat abstractie van omdat je anders niet kunt voortleven. Maar als je in een goed geschreven boek met je neus op ijselijk kindermisbruik wordt geduwd en wel in die mate dat je er fysiek onwel bij wordt is de literatuur plots een martelkamer. Ik was er zo van ontdaan dat ik ben moeten stoppen met lezen en het boek bij het oud papier heb gelegd. Normaal doe ik dit nooit, ofwel houd ik een boek bij ofwel geef ik het door aan vrienden maar nu had ik het gevoel dat het een vergiftigd geschenk zou zijn dat mij achteraf niet in dank zou worden afgenomen. Ik denk dat ik nu iets vrolijks wil lezen of een onbeduidende thriller ofzo.

maandag 21 maart 2016

Jeugd (3)


Jeugd (3)

 

Zoals alle kinderen in de jaren vijftig was ik verslingerd aan Suske en Wiske. Dat waren toen nog krachtige volkse verhalen in tegenstelling tot pakweg halfweg de jaren zestig toen het meer een parochieblad werd met die irriterende allitererende titels. Mijn vader was ook fan en kocht elk nieuw album zodra het uitgebracht werd. Hij ging dan heel traag zitten lezen aan tafel, het boekje afschermend zodat ik niet kon meekijken en ik stond letterlijk te springen van ongeduld en frustratie om zoveel onrecht. Als hij er dan eindelijk mee klaar was bleek dat we aan tafel moesten zodat ik tot na het eten moest wachten vooraleer mij op het begeerde kleinood te mogen storten. Ik geef toe, echt sadisme is dit misschien niet maar wie doet nu zoiets met een kind in godsnaam ?

Mijn vader was hoofdmeetkundige schatter van het kadaster in Lier en als dusdanig één van de notabelen van het dorp waar hij in alle café’s een bekend gezicht was maar soms misdroeg hij zich en dan kréég hij op zijn gezicht. Daar mocht dan uiteraard niks over gezegd worden.

Soms was hij inventief zoals met onze hond, een cocker-spaniel genaamd Pukkie die ervan hield te ontsnappen om zich in slijk en stront te gaan wentelen in de velden. Als hij dan terugkwam mocht hij uiteraard niet binnen en mijn vader had een soort harnas gemaakt waarin hij de hond aan de pomp ophing die tegen de zijkant van het huis stond en dan maar pompen tot het beest, dat dit helemaal niet leuk vond, weer netjes was.

Mijn moeder raakte terug zwanger maar het liep verkeerd en, zoals ze toen zeiden;’alles moest afgenomen worden’ (hysterectomie). Tijdens haar lange herstelperiode werd ik bij de grootouders van moederskant uitbesteed en daar zou ik nog veel komen want het huwelijk liep ondertussen zo fout dat het tot een soort van proefscheidingen kwam waarbij moeder en ik voor kortere of langere tijd bij haar ouders introkken. In de conservatieve jaren vijftig was dit ongehoord natuurlijk en ik was blij  dat ik niet meer in Boechout naar school ging en zo de hoon kon ontlopen.  

De sfeer was gespannen en mijn vader begon zich te verwaarlozen, zo ging hij niet naar de tandarts hoewel hij erg sukkelde met zijn gebit omdat ‘het toch de moeite niet meer was’ – hij was toen achter in de dertig.

Soms nam hij me mee naar het voetbal in Lier waar hij voor Lyra supporterde wat mij van de weeromstuit tot een fanatiek supporter van Lierse deed transformeren.

Op 6 juni 1960 deed hij zijn gewone zondagse comazuipkroegentocht en bij het verlaten van café De Lantaren, nu afgebroken, stak hij over achter de bus Lier-Antwerpen, werd gegrepen door een Duitse toerist en moet nagenoeg onmiddellijk overleden zijn.

Ik werd niet op de hoogte gebracht want alles was plots zeer hectisch en ik werd te slapen gelegd bij mijn beste vriend die op nauwelijks honderd meter van de plek van het fatale ongeluk woonde…bizar.

De volgende dag moest ik natuurlijk veel huilen misschien nog meest omdat dit van mij verwacht werd en dan was er de drukte van de begrafenis en het aan- en aflopen van familieleden die zich over mijn moeder ontfermden en zich bang afvroegen hoe zij, een gewone huisvrouw zonder diploma’s, het nu moest gaan redden alleen met die kleine.

Dat kwam met wat hulp allemaal goed en in de volgende weken en maanden daalde er een rust over ons huis neer en een grote opluchting. Wij hadden geen angst meer en voelden ons bevrijd.

vrijdag 18 maart 2016

Jeugd (2)


Jeugd (2)

 

Ik werd naar de kleuterschool van ‘de nonnekens’ gestuurd, wij noemden dat ‘de papschool’. Of we nu les kregen van nonnen of gewone juffen weet ik niet meer, waarschijnlijk een combinatie van de twee. We moesten elke morgen bidden (kinderen van 3 à 4 jaar begot) en later op de gemeentelijke jongensschool was dat ook het geval.

De gespannen toestand bij ons thuis maakte van mij een vrij onhandelbaar kind dat bij de juffen niet erg geliefd was. Het kwam zelfs zo ver dat wanneer we met de hele klas gingen wandelen, ik helemaal vooraan moest lopen en de kinderen achter mij mochten me schoppen – ik fantaseer dit niet, het opvoedingsproject van de fifties verschilde wel een tikkeltje van dat van vandaag. Er waren soms ook leuke dingen zoals wandelingen in de mooie dreef voor het kasteel van Moretus. De vroege jaren vijftig waren tijden van na-oorlogse schaarste en er werd op de kleintjes gelet. Dus het gras tussen de bomen werd gemaaid en in hooibergen opgetast waarin het heerlijk spelen was. De kinderen plukten ook met z’n allen bloemen voor de juf die de onhandige boeketjes dan in vaasjes en glaasjes op haar lessenaar zette en daarna waarschijnlijk zo snel mogelijk wegwierp. Mijn onhandelbaarheid werd intenser en culmineerde in een incident dat er zou toe leiden dat ik waarschijnlijk één van weinige kinderen ooit ben geweest die van de kleuterschool werd getrapt. De juffen leerden ons breien met een soort houten plankje waarin nagels waren geklopt waartussen we de wol moesten weven tot iets dat dan een sjaal moest worden en op een dag liep een conflict tussen de juf en mij zo uit de hand dat ik haar met mijn breiplankje tegen de knie sloeg zodat er bloed kwam te vloeien. Dat was het einde van mijn passage in de papschool.

Ik kwam dus een jaar te vroeg aan op de jongensschool en werd natuurlijk gepest. Er werden na de gebeden ook regelmatig straffen uitgedeeld zoals met de blote knieën op de aluminium rand van de ‘tree’ zitten met de handen boven het hoofd. Sommige leraren hielden er ook van je te dwingen je hand op hun lessenaar te leggen waarna ze er met een liniaal hard op sloegen, of ze trokken je bij de wang uit je bank en zetten je dan letterlijk in de hoek met een ezelshoed op. Sweet memories, but only for masochists.

Ondertussen was de schoolstrijd losgebarsten waar wij kinderen natuurlijk niks van begrepen maar ik hield er wel de scheldnaam Boelard-Collard (naar de toenmalige socialistische minister) aan over (Boelarekke-Collareke ad infinitum) wat mij boos maakte omdat ik echt niet wist waarover het ging. Mijn vader heeft dan besloten om mij na dat schooljaar naar het atheneum in Mortsel te sturen wat ik best okee vond, ik had het toen even wat gehad met mijn dorp.

donderdag 17 maart 2016

Jeugd


Jeugd

 

Ik werd geboren in 1949 in het ziekenhuis in Mortsel. Helaas belandde ik niet in een gelukkig gezin. Ik verklaar mij later nader. Mijn vroegste herinnering, die duidelijk fout is, maar waar komt ze dan vandaan ? is dat ik in de armen van mijn moeder de kapel van het ziekenhuis word ingedragen om gedoopt te worden, die herinnering kan bezwaarlijk juist zijn maar ik heb ze wel en mijn moeder kon er  niks over zeggen toen ze nog bij zinnen was. Ik belandde in een gezin met een gewelddadige alcoholische vader en een moeder die wanhopig trachtte mij te beschermen. Toen ik twee jaar was ben ik zo ziek geworden dat ze me voor lange tijd naar het ziekenhuis in Lier brachten waar werd vastgesteld dat ik niet de ’croup’ had maar gewoon de astma van mijn vader had geërfd, dat is zowat het enige wat ik van hem gekregen heb, à la bonheur. Van toen af was ik een ziekelijk zorgenkindje. En ik had véél zorgen: mijn slaapkamer lag boven die van mijn ouders en in een oud burgershuis reist het geluid vrijelijk rond, helaas. Ik bracht vele avonden en nachten bevend en angstig in mijn kinderbed door terwijl in de kamer daaronder mijn vader mijn moeder mishandelde en uitschold voor ‘rotte hond’, ‘smerige teef’ enzovoort, dat was angstwekkend, ziekmakend en fnuikend. Toen ik wat ouder was, een jaar of vier ofzo heb ik soms beschermend voor mijn  moeder gestaan die bevend van angst in een hoek van de kamer ineengedoken zat terwijl mijn vader haar  bedreigde met ik als enige bescherming. Oh happy days.Ik herinner mij avonden dat mijn moeder mij meesleurde naar het café op de hoek van de straat om mijn dronken vader naar huis te halen; wij liepen over de nachtelijke straat terwijl mijn vader mijn moeder bij de haren over de grond naar huis sleepte terwijl ik er wenend naast liep, smekend opdat het op zou houden maar dat gebeurde niet. Vertel mij wat over terreur. Vele avonden zaten mijn moeder en ik in angst te wachten tot hij dronken thuiskwam en wij waren zo getraind dat wij aan de manier waarop hij zijn auto op de oprit parkeerde konden afleiden hoe érg het zou worden, érg was het sowieso maar er zijn gradaties in terreur. Dit gebeurde allemaal in de door Bart De Wever zo gecelebreerde jaren vijftig waar alles, volgens hem, perfect was. Wel, wij waren niet het enige gezin met problemen in het ook toen al welvarende Boechout, je wil het niet weten. Later meer.

woensdag 10 februari 2016

Bezoek




 

Ik kwam van Mortsel waar ik een boek ophaalde bij de Boekuil en brood en groentetaart bij de winkel die ik 35 jaar geleden zelf runde. Toen ik Boechout binnenreed schoot het mij te binnen dat het dinsdagnamiddag was en dat ik dan normaal, net zoals op vrijdag, langsga bij mijn moeder in het rusthuis. Eerst passeerde ik bij de ontvangstbalie om te zien of er post was voor mijn moeder, die gaat nu altijd langs mij want zij weet er geen raad mee en laat hem verdwijnen wat in het verleden soms tot vervelende complicaties leidde. Ik begaf me naar haar kamer op de eerste verdieping en vroeg me af of ze, zoals zo vaak de laatste tijd, weer diep zou liggen slapen maar ik trof haar samen met een andere inwoner en een verpleger in de gang voor haar kamer, ze begroette me blij en stelde me voor als haar broer. Ik verbeterde haar ‘Je zoon, moeder, je zoon’ maar dat drong maar traag door. In elk geval omarmde en kuste ze mij en zei hoe blij ze altijd was me te zien. De verpleger zei dat ze op weg waren naar de cafetaria waar een carnavalsfeest plaatsvond dus ik zei dat ik hen tot daar zou begeleiden. We kwamen bij de nieuwe ruime lift en mijn moeder dacht dat het mijn salon was en haar medebewoner vroeg of ik hier al lang woonde. Mijn moeder zei van wel en dat ik daarom zo goed de weg wist. We vorderden traag en ik vroeg of ze goed geslapen had. ‘Nee, ik was al lang wakker maar mijn slaapkamer is hier ergens’  ‘Vannacht moeder, vannacht. Heb je vannacht goed geslapen ?’ ‘Ja, altijd’, ondertussen had ze me nog eens als haar broer voorgesteld aan een voorbijkomende verpleegster en waren we zo dan tot bij de ingang van de cafetaria gesukkeld die afgeladen vol zat met bewoners die uitkeken naar het entertainment. Op het podium was een muzikant of geluidstechnicus bezig die mij een intense blik van verstandhouding toewierp. Ik zei tegen mijn moeder dat ik nu vertrok want in dat feestje had ik totaal geen zin en dat ze bij haar vrienden moest gaan zitten en ik kreeg een flashback naar al de keren dat zij mij als kind had afgezet op schoolfeestjes, de jeugdbeweging en dergelijke. Vreemd hoe de rollen in het leven omkeren.

Na de code aan de uitgang ingetikt te hebben liep ik naar de auto. Het regende pijpestelen. Thuisgekomen las ik in de krant over een rockmuzikant die dit weekend gestorven was aan longemfyseem. Hij had nog één long en was afhankelijk van een zuurstofapparaat. Dat is mijn toekomstperspectief dat ik zoveel mogelijk verdring. Heel de namiddag voelde ik mij ongemakkelijk en gedeprimeerd, ook terwijl ik in ’t café de krant las. Tja.