maandag 19 september 2011

Boduognat


Ik was Boduognat
kaarsrecht in de storm
maar ik wist het niet meer
er was moeras
en dichte wouden
en ik verloor keer op keer.
Wie waren wij dan
gespiegeld in lucht
en verzegeld door wolken ?
Wij bevochten de verte
wie en wat zij ons bracht
iets zo superieurs
dat wij niet verstonden
en wij gingen tenonder.
Alles viel uiteen
en werd veel minder en veel meer
- en ik was Boduognat.




15/9/11. Skt. Peter

That woman at the busstop



That woman at the busstop
looks at the sky
but doesn’t see
that woman at the busstop
looks at the world
but not at me

That woman at the busstop
has left today
and won’t be back
that woman at the busstop
just can’t say why
she’s gone away

             A-one a-two a-three
              yeah you gaze
              but do not see
              so many ways
              you are like me
             A-four a-five a-six
              yeah we play
              all the wrong licks
              so many ways
              so many tricks

That woman at the busstop
travels so light
she’s like thin air
that woman at the busstop
she nearly is
no longer there

That woman at the busstop
has no future
she’s all past
that woman at the busstop
knows that today
the dice were cast


    refr.



15/9/11. Skt. Peter

All is still


How most people live
you don’t wanna know
how most people love
there you don’t wanna go
we’re strangers of strangers
we’re high and we’re low

       Clouds chasing each other
       way over the hills
       oh father, oh mother
       life’s merciless mills
       have churned me and turned me
       and now all is still

how most journeys end
so bitter and bare
how we feel all spent
with nothing to share
we’re gamblers and players
not really all there

        refr.

How life’s shameless wonder
just shakes us and makes
us endlessly ponder
about what it takes
for strangers of strangers
to step on the brakes

      refr.




       Coda; love kiss my fingers
                 love kiss my hands
                 we love and we linger
                 but don’t understand
                 how all is still
                 forever still


11/9/11, Skt. Peter

zaterdag 13 augustus 2011

One of a kind

Take your sadness home
wrap it in your heart
retreat from the pleasure dome
rehearse another part

There is always someone
wrong connection on the phone
selling places in the sun
come a whisper come a moan

      Take me to the garden
       treat me like a plant
       oh I beg your pardon
       for the time you grant
           leave me lonely
           leave me blind
           this fate 's one of a kind

On the roller coaster
of the bleeding hearts
let us drink a toast to
those more clever and more smart

Life has just caught up with me
shook me took me from behind
damned for all eternity
this fate's one of a kind

       refr.
          

12/8/2011

vrijdag 12 augustus 2011

Vliegtuigvervreemding

Hier ben ik dan in Athene, een stop-over op een intercontinentale vlucht naar mijn verleden. In de tijd natuurlijk een klein, kort stukje toekomst, maar in de geest het verleden of een deeltje daarvan. Eén van de talloze pelgrimages. En telkens ik alleen op een vliegtuig zit voor een verre reis is het moeilijk om te weten wie ik ben. Er is geen gezelschap van oude bekenden om me te definiëren dus ben ik al wat ik wil of dat waarvoor mijn medereizigers mij willen aanzien. Een vreemde en vaak terugkerende gewaarwording die de nodige vragen oproept. En antwoorden ? Dus ben en blijf ik maar dat samenraapsel of conglomeraat van gevoelens en gewaarwordingen met het nodige cynisme en de gebruikelijke verwondering dat ik altijd ben maar dat door dagelijkse associatie met vrienden en bekenden en vrouw en familie vaak gekneed wordt tot een voor hen, en ook voor mij, min of meer coherent geheel van doen en laten, van zwijgen en spreken, weten en zien. Vliegtuigen en luchthavens, informatiestandjes en lounges, alles zo onpersoonlijk dat ze je soms bijna hetzelfde gevoel geven als kloosters of retraite-centra waar ook een soort aanval, weliswaar bij de laatste vanuit een andere invalshoek, gelanceerd wordt op je persoonlijkheid of wat er voor doorgaat. Een ondergraving van alle of sommige van je futiele maskers waarvan je de meeste zelfs niet zelf hebt gemaakt maar die je opgezet zijn of die je blindelings graaiend hebt weggegrist en dan voorgehouden om toch maar aanvaard en niet veracht te worden, laat staan gedood. En in dat complete niemandsland van het bestaan weet toch ook niemand wie of wat hij is dus dat masker of die hele maskerade is dan de waarheid aangezien alles een spiegelpaleis is, een doolhof, een blindemannetje spelen met emoties en overtuigingen en zo vaak is daar de leugen of de schijn de fijnste pasmunt.
In de witmarmeren lounges van de luchthaven van Koeweit ben ik al flink verfomfaaid maar in de bar krijg ik geen alcohol "Sorry sir, not in this our country" dus haalde ik op exorbitante wijze mijn schade in op de nachtvlucht naar Bangkok, en drinkend staarde ik eindeloos naar de weerspiegeling van mezelf in het vliegtuigraampje en met elk uur dat voorbijging en elke slok die ik nam werd ik minder en minder herkenbaar. Wie is toch die knaap ?


14/10/1979

Road not taken

There are trains every day
but you never come home
buses daily come this way
still I'm always on my own

airplanes land here by the hour
boats are floating gaily by
my days ain't sweet but ever sour
and you have never told me why

      how come I sleep and dream
      and then wake up with a scream
      always on the road not taken
      why oh why must I awaken
      always on the road not taken ?

They've drilled a tunnel to my place
and paved a highway to my door
but still we don't come face to face
you're always on the other shore

In my garden choppers land
hundreds seem to drive this way
but I never get to hold your hand
no matter how I curse or pray

        refr.


11/8/2011
     

donderdag 11 augustus 2011

Droomverhaaltje

Een vrouw die honger had verliet 's avonds haar huis op zoek naar voedsel. Ze volgde een baan die een kromming naar rechts maakte en zo bleef afbuigen in een eindeloze bocht zodat ze zich afvroeg of ze mettertijd niet weer op haar vertrekpunt zou uitkomen. Ze keek op naar de straatverlichting en werd er enigszins door verblind. Zo kreeg ze het beeld van een lange rij glinsterende spiegeleieren op een blauwzwart bord. Daar kwam nog bij dat zij blond haar had.
Uiteindelijk belandde ze bij het huis van haar tante die ze in jaren  niet gezien had. Ze werd de woonkamer binnengeleid en daar was het feest maar natuurlijk had niemand haar verwacht. Ze schoof bij maar de maaltijd liep op haar eind. Er was nog wat soep over en verder het dessert waar de andere gasten net aan zouden beginnen. Iemand zette onder tafel een voet op de hare, duidelijk niet per ongeluk, alleen wist ze niet wie het was. De man tegenover haar was aantrekkelijk en al pratend keken ze diep in elkaars ogen maar of hij het was die voetje met haar speelde kwam ze niet te weten. Ook niet toen het gezelschap in groepjes uit elkaar ging en zij haar weg voortzette langs de kromme baan in de blauwe nacht. Ze vond het vreemd dat sommigen aan de feestdis haar met een zoen hadden begroet en anderen niet, of had ze dat zelf zo gewild ?
Een station met winkelgalerij doemde op in de nacht. Daarbinnen was licht en winkelden mensen. Zij zocht tussen de groenten en voorverpakte maaltijden naar ze wist niet wat. Wat eerst maïskolven leken bleken bananen te zijn en zo maakte ze nog enkele vergissingen, ze wist niet of het aan haar ogen lag of aan het neonlicht.
Toen zag ze een van haar goede vriendinnen die bij de balie van een reisagentschap grappen maakte met een gedistingeerd geklede heer met grijzende slapen die duidelijk de directeur van het reisbureau was. Haar vriendin had een reis voor twee genomen en bood haar spontaan aan samen te vertrekken. Dit leek een puike gelegenheid om aan die lange kromme weg in de nacht te ontsnappen en dus zegde ze ja.


6/1/1991